Struikelstenen
Roodenburghlaan nr 28 - 2022
Foto's -> Wereldoorlog II -> Van Toen naar Heden
(Foto Amstelveenweb.com - 2022)
Roodenburghlaan nr 28 - 4 struikelstenen
Roodenburghlaan nr 28 - 4 struikelstenen
Bron: Boek Elsrijk in Oorlogstijd
Roodenburghlaan nr 28 - 4 struikelstenen Op de Rodenburghlaan 28 woonde Isidore van Engers, een zoon van Izak van Engers en Catharina Levinson. Hij was op 24 augustus 1905 in Soerabaja geboren. In Nederland aangekomen volgde hij een opleiding aan de Openbare Handelsschool aan het Raamplein in Amsterdam. Hij ging aan het werk op een effectenafdeling van een bank. In oktober 1925 werd hij opgeroepen voor militaire dienst en opgeleid tot officier. In 1927 werd hij reserve tweede-luitenant.
Hij trouwde op 16 april 1930 met Hester Alexandrina Sarluy, Ook Sarluij gespeld). Zij was als dochter van Joseph Sarluy en Rosa Rika van Dijk op 4 april 1904 geboren in Amsterdam. Isidore van Engers en Hester Sarluy kregen op 16 maart 1931 een dochtertje Marlene.
Isidore van Engers werd – zo is aan te nemen – in 1939 gemobiliseerd, maar heeft als officier moeten meemaken dat de inval van de Duitsers niet te stuiten was en daarmee ook niet de komst van het nazistische antisemitisme.
Begin 1942 woonde Catharina van Engers-Levinson, de moeder van Isidore van Engers, op hetzelfde adres. Zij was op 15 juni 1869 geboren in Antwerpen. De vader van Isidore, Izak van Engers, was al voor de oorlog in 1936 overleden. Catharina van Engers overleed in het huis van haar zoon op 9 mei 1942, 72 jaar oud: zij heeft aan de vooravond van haar gedwongen verhuizing naar Amsterdam een einde aan haar leven gemaakt.
Ook de ouders van Hester Alexandrina van Engers-Sarluy woonden in het huis aan de Rodenburghlaan 28. Joseph Sarluy (geboren op 28 oktober 1874 in Amsterdam) en Rita Rosa van Dijk (geboren op 30 april 1871 in Tiel) woonden eerder om de hoek op het adres Bardeslaan 3. Joseph Sarluy was KNIL-militair geweest en had in de Atjeh-oorlog gevochten.
Isidore en Hester hebben geprobeerd uit Nederland te ontsnappen, maar werden verraden en overgebracht naar Westerbork. Hun dochter Marlene was ondergebracht bij haar grootouders van moederszijde in een pension op de Willemsparkweg in Amsterdam. Isidore en Hester werden met het allereerste transport naar Auschwitz-Birkenau op 25 juli 1942 vervoerd: 1137 Joden, waaronder een aantal weeskinderen. Isidore werd op 10 of 11 augustus 1942 in Auschwitz vermoord, 36 jaar oud. Zijn vrouw Hester kwam in het Frauenlager Birkenau terecht. Zij kon vandaar nog een levensteken laten horen. In haar briefje schrijft zij: Tante Terlaloe is ook hier. Met deze cryptische zin weet Hester de censuur om de tuin te leiden en de werkelijke situatie in het kamp te omschrijven. Hester heeft haar jeugd doorgebracht in Nederlands-Indië en met het Maleise woord terlaloe, wat vertaald kan worden als ‘te erg’ geeft zij te kennen dat de omstandigheden in Birkenau heel slecht zijn. Hester werd een paar maanden later op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord.
De ouders van Hester doken elders onder. Toen Joseph en Rita eind maart 1943 opgepakt werden verbleven zij op een woning in de Amazonestraat in Amsterdam-Zuid. Een beroep op het feit dat Joseph half blind en zwaar hartpatiënt was mocht niet baten. Zij werden op 13 april 1943 uit Westerbork naar Sobibor vervoerd en direct na aankomst op 16 april 1943 vergast.

(Foto Amstelveenweb.com - 2022)
Roodenburghlaan nr 28
Roodenburghlaan nr 28 - 4 struikelstenen Op de Rodenburghlaan 28 woonde Isidore van Engers, een zoon van Izak van Engers en Catharina Levinson. Hij was op 24 augustus 1905 in Soerabaja geboren. In Nederland aangekomen volgde hij een opleiding aan de Openbare Handelsschool aan het Raamplein in Amsterdam. Hij ging aan het werk op een effectenafdeling van een bank. In oktober 1925 werd hij opgeroepen voor militaire dienst en opgeleid tot officier. In 1927 werd hij reserve tweede-luitenant.
Hij trouwde op 16 april 1930 met Hester Alexandrina Sarluy, Ook Sarluij gespeld). Zij was als dochter van Joseph Sarluy en Rosa Rika van Dijk op 4 april 1904 geboren in Amsterdam. Isidore van Engers en Hester Sarluy kregen op 16 maart 1931 een dochtertje Marlene.
Isidore van Engers werd – zo is aan te nemen – in 1939 gemobiliseerd, maar heeft als officier moeten meemaken dat de inval van de Duitsers niet te stuiten was en daarmee ook niet de komst van het nazistische antisemitisme.
Begin 1942 woonde Catharina van Engers-Levinson, de moeder van Isidore van Engers, op hetzelfde adres. Zij was op 15 juni 1869 geboren in Antwerpen. De vader van Isidore, Izak van Engers, was al voor de oorlog in 1936 overleden. Catharina van Engers overleed in het huis van haar zoon op 9 mei 1942, 72 jaar oud: zij heeft aan de vooravond van haar gedwongen verhuizing naar Amsterdam een einde aan haar leven gemaakt.
Ook de ouders van Hester Alexandrina van Engers-Sarluy woonden in het huis aan de Rodenburghlaan 28. Joseph Sarluy (geboren op 28 oktober 1874 in Amsterdam) en Rita Rosa van Dijk (geboren op 30 april 1871 in Tiel) woonden eerder om de hoek op het adres Bardeslaan 3. Joseph Sarluy was KNIL-militair geweest en had in de Atjeh-oorlog gevochten.
Isidore en Hester hebben geprobeerd uit Nederland te ontsnappen, maar werden verraden en overgebracht naar Westerbork. Hun dochter Marlene was ondergebracht bij haar grootouders van moederszijde in een pension op de Willemsparkweg in Amsterdam. Isidore en Hester werden met het allereerste transport naar Auschwitz-Birkenau op 25 juli 1942 vervoerd: 1137 Joden, waaronder een aantal weeskinderen. Isidore werd op 10 of 11 augustus 1942 in Auschwitz vermoord, 36 jaar oud. Zijn vrouw Hester kwam in het Frauenlager Birkenau terecht. Zij kon vandaar nog een levensteken laten horen. In haar briefje schrijft zij: Tante Terlaloe is ook hier. Met deze cryptische zin weet Hester de censuur om de tuin te leiden en de werkelijke situatie in het kamp te omschrijven. Hester heeft haar jeugd doorgebracht in Nederlands-Indië en met het Maleise woord terlaloe, wat vertaald kan worden als ‘te erg’ geeft zij te kennen dat de omstandigheden in Birkenau heel slecht zijn. Hester werd een paar maanden later op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord.
De ouders van Hester doken elders onder. Toen Joseph en Rita eind maart 1943 opgepakt werden verbleven zij op een woning in de Amazonestraat in Amsterdam-Zuid. Een beroep op het feit dat Joseph half blind en zwaar hartpatiënt was mocht niet baten. Zij werden op 13 april 1943 uit Westerbork naar Sobibor vervoerd en direct na aankomst op 16 april 1943 vergast.

(Foto Amstelveenweb.com - 2022)
Roodenburghlaan nr 28
Klik hier voor andere foto's in de categorie Wereldoorlog II



